Piet is dood. Dat gebeurde waarschijnlijk op 3 maart 2004, omstreeks 17:30 uur. Hij werd echter pas op 4 maart, om 11:20 uur, gevonden, want hij leefde als een eenzaam mens. Hoewel een huisarts werd ingeroepen, slechts om te constateren dat Piet wel werkelijk gestorven was, stelde hij onjuist en onkundig vast dat hij twee uur vr diens bezoek was overleden. In werkelijkheid was dat veel eerder, maar de autoriteit van een arts wordt (te) hoog ingeschat. Slechts de door hem afgegeven akte van overlijden is rechtsgeldig, wat er ook gebeurd zou kunnen zijn. Dit stond geheel in het teken van Piet's leven: er is heel erg lang met hem door doktoren gesold, terwijl zij nimmer hebben kunnen vaststellen wat hij nu eigenlijk mankeerde. Dus deed men maar wat, zo stelde Piet steeds. Hij had gelijk, denk ik.

Hier volgt het trieste verhaal van zijn leven. Er wordt daarbij veel verondersteld bij gebrek aan kennis, want hij sprak nooit ergens anders over dan over zaken in zijn heden. Wat nu bekend is komt uit zijn nagelaten papierwinkeltje en uit de zeldzame gesprekken die ik met hem over zijn leven had. Een leven, waarop hij zeker niet trots was, eerder beduusd dat het zo heeft moeten lopen. Hij wilde echter niemand ermee lastig vallen, ook niet na zijn overlijden - geen bloemen, geen bezoek, laat me maar. Hij sprak dus nooit over zijn leven, had alle papieren met betrekking tot zijn vroegere trieste leven reeds lang weggedaan, inclusief alle foto's, en leefde slechts in het heden, wat werd bepaald door zijn immer tanende gezondheid.

Piet werd geboren in Amsterdam, op de Albert Cuijpstraat nummer 15, twee hoog. Gezien zijn afwijzing voor de marine in 1959 ga ik ervan uit dat hij bij de marine wilde. Op 11 November 1959 trad hij in dienst van het Centraal Foto-Bureau Amsterdam, al is niet duidelijk wat hij daar deed. Hij bleef, zie het getuigschrift, tot 14 januari 1961 daar werken. Piet had zelf ontslag genomen, een maand voor zijn keuringsoproep voor militaire dienst. Hij werd in eerste instantie goedgekeurd, maar na een herkeuring 'voorgoed ongeschikt' verklaard voor het militaire werk. Met ingang van 16 januari 1961 ging hij werken als loodsarbeider bij van Gend & Loos. Hij bleef daar tot 28 februari 1970 in die functie werkzaam. Tot wanneer hij op de Albert Cuijp bleef wonen is niet helemaal duidelijk geworden, maar we vinden Piet in 1970 terug in Alphen aan de Rijn. Hij woonde daar aan de van Riebeekstraat 15, maar verhuisde in 1971 (omstreeks augustus, september) naar de Castorstraat 80. Vanaf 1 maart 1970 ging hij werken bij Alpha Muurverffabrieken te Alphen aan de Rijn, als muurverftapper. Hij bleef daar tot 30 juni 1971.

In de tussentijd vond hij een vrouw, met de achternaam Emond, en trouwde vermoedelijk op 30 oktober 1970 met haar, gelet op deze rekening. Misschien was dit wel een foto van het huwelijksfeest (al ziet Piet er niet erg vrolijk uit). Wellicht was zijn echtgenote religieus en verleidde zij hem tot het doopsel voor de Nederlands Hervormde Kerk, zoals deze documenten aangeven, maar erg kerkelijk was Piet m.i. niet. Hij heeft het er nooit over gehad. Het huwelijk hield niet lang stand en hij scheidde kinderloos. De naam van zijn vroegere echtgenote kwam nooit over zijn lippen, zolang als ik hem kende (vanaf 1997). Vermoedelijk eindigde het huwelijk ergens in 1974, toen Piet plannen kreeg om te emigreren - waarheen is mij onduidelijk gebleven. Het is er nooit van gekomen, maar er waren wel degelijk plannen gezien dit document van de Belastingdienst. Er is bij mijn weten nooit een andere vrouw in Piet's leven geweest.

Het moet na deze tijd zijn geweest, dat Piet ging werken bij de Hoogovens als stuwer, gezien zijn certificering na het doen van een cursus, en dat hij na zijn scheiding verhuisde naar Andijk, waar hij eerst woonde op de Rose Luisantestraat, maar verhuisde daarna naar de Meilag 6. Omstreeks 1979/1980 kwam Piet in de WAO terecht. Wat later probeerde hij wel weer werk te vinden, onder andere bij het pompstation in Andijk, maar het is er niet meer van gekomen. Zij tanende gezondheid hield alles tegen en de wetenschap kon niets aanreiken om het leed te elimineren. Hij voelde zich een proefkonijn, zo schreef hij destijds in een soort dagboekje toen hij enige tijd in het ziekenhuis lag. Stapels medicijnen bestreden de symptomen weliswaar, maar beter werd hij er niet van. Suikerziekte, (toren)hoge bloeddruk en kortademigheid maakte dat Piet wat rustiger aan moest doen. Het vereiste ook de discipline om de medicijnen op tijd in te nemen en op tijd voedsel tot zich te nemen. Dat lukte niet altijd en dan voelde Piet zich al snel een stuk minder prettig. Ik vond een toeristenkaart van Piet uit 1985, waarop zijn foto staat. En van de weinige. Wat hij met die kaart gedaan heeft of van plan was is onbekend.

Vrijwel dagelijks ging hij op zijn oude krakkemikkige bromfietsje op pad om zijn boodschappen te doen, naar de dokter of het ziekenhuis in Hoorn te gaan, of soms zelfs om naar Alkmaar te tuffen, 's zomers op de terugweg veelal verse aardbeien halend in Wijdenes, ook voor zijn buren. Met zijn familie had hij nooit contact - er was kennelijk iets ernstigs voorgevallen in het verleden, waardoor er in het geheel geen contacten meer waren geweest, voor talloze jaren. Zijn familie had hem zelfs van zijn zieke moeder, die in het ziekenhuis lag, weggehouden. Misschien dat haar overlijden, waarbij hij niet aanwezig mocht zijn van zijn broers, hem zo diep had aangegrepen, dat hij zo op zichzelf was en bleef. Vrienden had hij niet. Bleef over: zijn buren en een vroegere buurvrouw uit Andijk, maar vooral zijn buren. Niet dat hij met hen veel besprak, maar er was vrijwel dagelijks een goed contact. Dat had hij echt nodig, want hij was en bleef een eenzaam mens. Iedereen had zo zijn eigen leven en als laatste kwam Piet, die elke avond thuis met zijn kater Tijger op de bank zat. Hij accepteerde dat gelaten, maar als er dan eindelijk weer eens contact was probeerde hij dat steeds op een opvallend onopvallende wijze ter verlengen. Hij had steeds alles over voor zijn buurman, buurvrouw en hun kinderen. Als ik voor werk op zee zat was hij er steeds om technische en minder technische problemen voor mijn echtgenote op te lossen, want hij kon alles en had meer dan gemiddeld gereedschap in huis. Hier is een identiteitskaart van Piet uit 2000, ook voor de foto.

Veel geld is er bij Piet nooit geweest en doordat hij zich de laatste tijd wat minder voelde werd het schoonmaakwerk in zijn huisje ook steeds minder, wat resulteerde in een wat onaangename lucht in zijn woning. Plannen had hij steeds wel. Er zou behangen gaan worden, in het voorjaar van 2004, want er kwam wat geld los van een oude spaarrekening. Ook een nieuw bankstel stond op de lijst, en een nieuwe vriezer. Vooral zijn oude bromfiets was aan vervanging toe en hij trok mij mee naar diverse (brom)fietsenzaken in de regio om een nieuwe brommer uit te zoeken. We vonden zijn model in een showroom in Hoorn, maar de bromfiets werd besteld in Andijk, omdat de fietsenmaker, de heer Hoekstra, hem altijd zo goed had geholpen. Op 2 maart 2004 was de bromfiets pas klaar, omdat de fietsenmaker op zaterdag nog een klein mankement vond, zodat hij hem niet op zaterdag gereed kon krijgen; en maandag is hij altijd dicht. Eindelijk had hij zijn nieuwe brommer, een Peugeot Looxor in de kleur blauw, compleet met een bak achterop en een nieuwe helm. Hij was er vol van en trots als een pauw reed hij er de hele dinsdag mee rond, na eerst zijn verzekeringsplaatje erop gemonteerd te hebben. Net op tijd was het vervoermiddel afgeleverd om woensdag 3 maart naar het ziekenhuis te rijden voor een (zoveelste) onderzoek naar zijn kortademigheid. Het werd verlangt, dat hij 's morgens nuchter zou verschijnen in verband met enige bloedonderzoeken. Het vieren van de aflevering van zijn nieuwe bromfiets werd naar het eind van die middag verzet. Er werd uiteindelijk een krat bier geregeld, maar er kwam niemand opdagen tot een uur of half-vier 's middags. Alleen ikzelf was gekomen; het bier was nog niet eens koud. Ik pakte wat tuinstoelen, want het was heerlijk weer en in het zonnetje was het gewoon lekker te noemen. De bromfiets had ik buiten gezet, zodat wij tween hem konden bewonderen en er over konden praten wat een geweldig ding het eigenlijk wel was. Piet had er al bijna 70 km/u mee gereden, had hij glunderend gezegd! Hij moest hem eerst inrijden, was gezegd door de fietsenmaker, maar de kwajongen in hem had toch moeten uitvinden of hij geen miskoop had begaan, zoals met zijn vorige brommer. En of hij verderop kon komen in eenzelfde tijd. Er waren grote plannen om zijn verdere omgeving op de bromfiets te verkennen.

We hadden een uurtje gezeten en elk drie bier verorberd toen het wat frisser begon te worden en we besloten dat het maar genoeg moest zijn. Piet was af en toe behoorlijk kortademig geweest, maar dat had hij wel meer en nu met die nieuwe bromfiets was het eigenlijk begrijpelijk, dat hij een beetje opgewonden was. Piet was er zo vol van. Hij zei erover, dat het altijd in golven kwam; dan kon hij bijna geen adem krijgen en even later was het weer helemaal weg. Ik schonk er verder geen aandacht aan, want zo deed Piet altijd, en zette de bromfiets in de schuur; hij had 80 km op de teller. Piet vond het wat moeilijk om de zwaardere bromfiets de schuur in te krijgen. Hij zou voor een oprijplank zorgen, zodat het wat makkelijker zou gaan. Tot die tijd deed ik het maar, zodat er geen beschadigingen bijkwamen. Hij was al eens een keer met de verse lak ergens langs geschaafd, dat was wel te zien. Hij zou dat nog wel even wegwerken. Toen ik mijn tuinstoelen oppakte en ermee wegliep kreeg Piet weer eens een hoestbui, waarbij hij wat bier opgaf. Hij veegde het met zijn mouw weg en liep op me toe. Ik zei hem zich beter wat op te gaan frissen na deze oprisping en dat ik hem de volgende dag wel weer zou zien, want dan moest zijn oude brommer naar het stort gebracht worden in mijn aanhanger. Hij knikte en we gingen elk naar huis, al maakte Piet eerst nog aanstalten om wat meer te praten, zoals hij meestal deed, want hij vond het steeds gezellig als we samen wat ouweneelden, maar hij zei niets meer en ging naar binnen.

De volgende ochtend, 4 maart 2004, haalde ik mijn aanhanger op en laadde die in met de rommel die weg moest. Ik had Piet nog niet gezien en hij zou ook meegaan. Ik belde aan bij hem, maar er kwam geen reactie. Toen belde ik hem maar op. Hij pakte op, sprak zijn naam uit en dan kwam er direct een 'piep' achteraan. Ik dacht, dat hij een verkeerd knopje indrukte en belde nogmaals; hetzelfde geschiedde. Hij klonk erg slaperig, dus ik dacht alleen de rommel weg te brengen, want Piet was daar echt niet voor nodig, en dan nog maar eens te kijken of hij al weer bij de pinken was, maar later bleek, dat ik alleen maar zijn voicemail had gehoord. Piet had alleen zijn naam als boodschap ingesproken, verder niets. Hij werd toch maar eens in de drie maanden gebeld, dus dat was verder niet storend. Toen ik terug was gekomen en net thuis aan tafel zat kwam de andere buurman aangelopen en vertelde me dat hij ongerust was geweest, want hij had Piet nog niet gezien, alles lag nog op tafel, het licht was 's avonds niet aan geweest en de gordijnen, die Piet elke avond steevast dichtdeed, waren steeds open geweest, dus hij was bij Piet naar binnen gegaan met de sleutel die hij van Piet had gekregen. Volgens hem was Piet dood, dus of ik maar even mee wilde gaan om te kijken of dat ook echt zo was.

Ik trof hem op zijn buik liggend aan. Uit zijn houding en kleur was het duidelijk dat hij reeds uren daar moest hebben gelegen. Via 112 werd een dokter opgetrommeld, die mijn verhaal dat ik hem 's morgens nog aan de telefoon had gehad voor zoete koek aannam, Piet niet of nauwelijks een blik waardig gunde en dus zijn datum van overlijden op de 4e maart zette. Hij was overleden als gevolg van een hartstilstand, wat waarschijnlijk weer een gevolg was van zijn diabetes, misschien zelfs versterkt, doordat hij een paar biertjes had gedronken. Waarschijnlijk is het dat hij gedurende de dag te weinig heeft gegeten om zijn bloedsuiker op peil te houden en daardoor f een herseninfarct kreeg f een hartaanval. Dat gebeurde waarschijnlijker binnen een uur nadat wij uit elkaar zijn gegaan en hij zich ging opfrissen in zijn badkamer, dan in de nacht of ochtend daaropvolgend, want het licht is in zijn huis niet aan geweest. Het moet dus daglicht zijn geweest toen het gebeurde; waarschijnlijk aan het einde van de middag op 3 maart 2004. De huisarts adviseerde een begrafenisonderneming te bellen, dus dat werd gedaan. Zij haalden Piet enige tijd later op en brachten hem naar Hoorn. Nadat uiteindelijk de gemeente zich garant had gesteld voor de te maken kosten werd er besloten dat Piet publiekloos gecremeerd zou worden in Hoorn. Dat gebeurde op 9 maart 2004.

Piet heeft niet veel plezier gehad in zijn leven. Ook niet van zijn nieuwe bromfiets, eindelijk een goede. Het is hem kennelijk niet gegund geweest. Het is nakaarten. Piet is er niet meer en wordt door weinigen gemist. Hij was soms lastig te begrijpen en voor velen was dat reden genoeg om hem te mijden. Kon dat niet, dan maakte men ruzie met hem, maar hij liet niet met zich sollen. Ik hoop, dat velen hem hebben kunnen vergeven, want het was slechts zijn aard, veroorzaakt door vervelende gebeurtenissen in zijn eenvoudige en trieste leven in eenzaamheid.

Desalniettemin hoop ik dat er mensen zijn die hem willen herinneren als een goed, maar eenzaam mens, die men toch een beter leven had mogen gunnen dan dat hij gehad had. Hij stierf zoals hij geleefd had: eenzaam en alleen. Zelfs bij zijn crematie mocht er niemand zijn.

Moge hij in de dood zijn geluk hebben gevonden.

De bezoeker van deze website ter nagedachtenis aan Piet Baars wordt verzocht een berichtje te schrijven via de email. Ook voor eventuele relevante aanvullingen of foto's van hem (want meer dan hier vertoont wordt was er niet) wordt u verzocht contact op te nemen. Zijn eenzaam leven zal er niet meer dragelijker op worden, maar wellicht kunnen we hem in zijn dood gedenken als een (w)aardig mens, die veel voor zijn naasten over had, maar meestal niet werd begrepen.

| Terug | Album | | Home