Genealogie van de Familie Baltes

De Hollandgängers

Een tak met de familienaam Baltus komt in het begin van 1700 vanuit Duitsland naar Heemskerk. Zij hebben hun oorsprong in de plaats Langen, gelegen is het graafschap Lingen. Zie het kaartje.

Dit graafschap ligt in de buurt van Osnabruck. Het was, met enkele onderbrekingen, van 1597 tot 1702 in het bezit van de Prinsen van Oranje, wat van grote invloed is geweest op het taalgebruik en de schrijfwijze die vrijwel hetzelfde was als in het gewest Holland. Hoewel het grootste gedeelte van de lokale bevolking Rooms Katholiek was, was de vrijheid van godsdienst beperkt en mocht men geen openbare functies vervullen. Tussen 1618 en 1648 treed er in het graafschap Lingen een grote verarming op, terwijl in de Republiek der Verenigde Nederlanden de handel en scheepvaart een grote bloei doormaken, de zgn. 'Gouden Eeuw'. De bevolking in de Republiek, vooral in de grote steden, groeide sterk, waardoor de vraag naar materialen voor de scheepsbouw, huizen, fabrieken en tuinbouwproducten eveneens sterk toenam. Maar ook de vraag naar arbeidskrachten, vooral in de (land- en tuinbouw-) seizoenen. Deze arbeidskrachten kwamen veelal uit het Munsterland, het Hannoverse, het graafschap Lingen en het Osnabruckse. Vooral uit deze laatste twee gebieden kwamen de voor Heemskerk kenmerkende familienamen als van Tunen, Fatels, Beentjes, Henneman, Denneman en Baltus.

De schrijfwijze vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1812 is Baltus, Baltes en Balsten. Ook Balster en Baltis komen voor, maar na 1812 neemt men de familienaam Baltus aan, maar door een fout van een ambtenaar van de Burgerlijke Stand gaan er een aantal takken verder onder de naam Baltes. Zo zijn er een aantal aktes, waarin het kind als Baltes staat vermeld, terwijl de vader met de naam Baltus ondertekent! Deze situatie leeft nog steeds voort: zelfs als duidelijk uit officiële papieren (van de belastingdienst bijvoorbeeld) blijkt dat men de naam 'Baltes' heeft, schrijft de persoon in kwestie nog steeds 'Baltus'.

Tot ongeveer 1750 zijn zij 'trekarbeiders'; zij verbleven alleen in de zomer in de Republiek. In Holland werden zij 'Hanekemaaiers', 'Mieren' of 'Poepen' genoemd. In het voorjaar kwam de man, vaak met zijn reeds grote kinderen, naar Holland. Als zij voor het eerst kwamen, gingen zij naar speciale markten, waar de 'Poepenbode' hen, uiteraard tegen betaling, aan tijdelijk werk hielp. De werkdagen waren lang: van zonsopgang tot zonsondergang. Het gemiddelde inkomen van een 'trekarbeider' lag tussen de 40 en 50 gulden per seizoen.

De wegen waren bar slecht in die tijd, waardoor het reizen zeer zwaar was. Het vervoer per schip was de snelste en goedkoopste manier van reizen. Men verzamelde zich op afgesproken plaatsen, b.v. de Grote Eik of Zwerfkei. Zwaar beladen met gereedschap, kleding en proviand trok men via de stad Lingen naar de rivier de Ems en staken vandaar met een veerpont, de 'Hanekefähr' deze rivier over. Per jaar gebruikten soms meer dan 30.000 trekarbeiders deze veerpont. Men vervolgde dan de reis via Nordhorn en Venebrugge naar Hardenberg aan de Vecht en van daaruit ging men per schip naar Amsterdam. Het laatste traject ging te voet naar Heemskerk.

Dat de reis zwaar was blijkt wel uit het begraafboek van het plaatsje Thuine. Tussen 1685 en 1808 stierven alleen al uit dit dorpje 115 personen in Holland of tijdens de reis daarheen. De klok werd daar dan ook nogal eens geluid voor deze overledenen.

Na 1750 vestigden zij zich permanent in Heemskerk. Vanaf die tijd zijn de meeste gegevens bekend.


Geraadpleegde naslagwerken:



board_a_home.gif

Terug naar 'Home page'

 

 

Alle aanvullingen welkom !